Turnwoordenboek

A  B  C  D  E  F  G  H  I  J  K  L  M  N  O  P  Q  R  S  T  U  V  W  X  Y  Z

A
Acrobatische element; Dit zijn alle vormen van radslagen, arabieren, overslagen, fliflakken en salto's.
Acrobatische serie; Dit is een reeks van acrobatische elementen die gelijk achter elkaar wordt geturnd. Bijvoorbeeld: arabier - flikflak of overslag - radslag .
Aftrek; Voor je getoonde oefening tijdens een wedstrijd kan er door de jury allerlei punten afgetrokken worden. Dit kan zijn voor: de uitvoering van een onderdeel, houdingsfouten, de samenstelling van je oefening en het totaal plaatje.

B
Brug; De brug is een wedstrijdtoestel voor zowel de dames als de heren. Er is wel een verschil tussen de brug voor dames en die voor heren. De dames turnen op de brug met ongelijke leggers en de mannen op een brug met gelijke leggers. Het is vooral een toestel waaraan veel gezwaaid kan worden.
Balk; De balk is het evenwichttoestel voor de dames. Het is een tien cm brede gestoffeerde balk waarop men allerlei elementen vertoont.
Bijzondere eisen; Bij de keuze oefenstof heb je te maken met bijzondere eisen. Dit zijn eisen waar je rekening mee moet houden bij het samenstellen van je oefening. Als je aan die eisen voldoet kan je oefening de maximale uitgangswaarde halen.

C
Choreografie; Choreografie binnen het turnen zie je terug bij de dames op balk en mat. Deze oefeningen mogen geen aaneengesloten reeks van elementen zijn. De bedoeling is dat je van je oefening een geheel moet maken m.b.v. mooie (dans)bewegingen.

D
District; De grootste eenheid waarin Nederland binnen het turnen is te verdelen zijn de districten. DOVES hoort bij district Oost.
Divisies Binnen het NTS hebben ze de niveaus in combinatie met de leeftijdscategorieën in een aantal divisies ingedeeld. DOVES turnt momenteel in de 4e , 5e, 6e en 7e divisie.

E
Elementen; Dit zijn verschillende onderdelen binnen het turnen. Alle onderdelen die in een oefening zitten zijn losse elementen.

F
FIG-reglement; Dit is een soort wedstrijdcode waarin alle bestaande wedstrijdelementen in moeilijkheidscategorien zijn verdeeld. Een A-element is het makkelijkst en een super E element het moeilijkst.

G
Gymnastisch element; Dit zijn sprongen, draaien en welbewegingen. Bijvoorbeeld een loopsprong of een kattensprong
Gymnastische serie; Dit is een reeks van gymnastische elementen die gelijk achter elkaar worden geturnd. Bijvoorbeeld een loopsprong-streksprong-sisonne
Grond acrobatisch element Dit zijn elementen als koprollen, handstanden, bruggetjes (boogjes) of een flikflak uit stand

H
Houdingsfouten; Dit zijn aftrekken die je krijgt voor bijvoorbeeld kromme armen of benen.

I
Instap; Dit is de leeftijdscategorie voor meisjes die in 2003 geboren zijn.
Inturnen; Vaak krijg je voor je wedstrijdoefening begint even de tijd om aan het toestel te wennen. Je mag dan een aantal elementen nog even oefenen. Deze tijd wordt inturntijd genoemd.

J
Jeugd; Dit is de leeftijdscategorie voor meisjes die in 1999/2000 geboren zijn.
Junior; Dit is de leeftijdscategorie voor meisjes die in 1997/1998 geboren zijn.
Jury; Om de oefeningen te beoordelen is er een jury. Meestal bestaat deze uit twee personen zij kijken naar de oefeningen en geven hiervoor een cijfer.

K
Keuze oefenstof; Je hebt verschillende soorten oefenstof. Keuzeoefenstof betekent eigenlijk dat jezelf de keuze hebt in bepaalde onderdelen die je in je oefening wilt stoppen. Er zijn daarom een aantal regels en voorwaarden (hoeveel elementen, wat voor elementen en bijzondere eisen) waar je aan moet voldoen om een 10 te kunnen turnen.
KNGU; Koninklijke Nederlandse Gymnastiek Unie.

L
Lange mat; Dit is de mat waar de vloeroefening op vertoond wordt. Bij de oudere selectie wordt deze in de trainingszaal wel gebruikt, maar op de wedstrijden wordt een vierkante vloer gebruikt.
Leeftijdscategorieën; Bij wedstrijden wordt rekening gehouden met je niveau maar ook met je leeftijd. Dat laatste wordt gedaan door middel van verschillende leeftijdscategorieën; pre-instap, instap, pupil 1 en 2, jeugd, junior en senior.
Lenigheid; Lenigheid is het hebben van een grote bewegingsuitslag in een bepaald gewricht. Naast o.a. kracht is er ook een grote plaats binnen het turnen voor lenigheid. Een zeer bekend voorbeeld is de spagaat, maar ook schouderlenigheid en lenigheid in de rug is ontzettend belangrijk. Lenigheidoefeningen behoren dus ook tot de turntraining.. Licentie; Dit is de lesbevoegdheid van je gymjuf.

M
Moeilijkheidswaarde; Om je toegevoegde waarde te verdienen kun je verbindingen turnen, maar ook nog meer moeilijke onderdelen turnen. Dit is je moeilijkheidswaarde.
Meerkamp; Dit is wat bij de NTS wedstrijden geturnd wordt. De meerkamp betekend dat je alle toestellen doet, en dat je cijfers samen je eindcijfer vormen.

N
NTS Nieuw Turnsysteem. Dit is het wedstrijdsysteem waarin geturnd word.

O
Oefening; Een oefening is een serie elementen die je achter elkaar turnt op een bepaald onderdeel.

P
Paard; Een bekend toestel voor de heren. Het paard wordt voorzien van twee beugels waarop de heren een oefening doen.
Pegasus; Dit is het nieuwe springtoestel voor zowel de dames als de heren. Hij heeft een wat vierkant vlak met een verende werking zodat er nog mooier sprongen mee gemaakt kunnen worden.
Pre-instap; Dit is de jongste leeftijdscategorie voor meisjes die in 2004 / 2005 geboren zijn.
Profielelementen; Dit zijn eigenlijk de belangrijkste onderdelen binnen het turnen. Zij zijn nodig om nog moeilijkere dingen te doen. Een handstand is er bijvoorbeeld een, maar ook de kip op de brug.
Pupil 1; Dit is de leeftijdscategorie voor meisjes die in 2002 geboren zijn.
Pupil 2; Dit is de leeftijdscategorie voor meisjes die in 2001 geboren zijn.

Q
........ .........

R
Ringen; Dit is een jongensonderdeel tijdens wedstrijden, maar wordt in de gymzaal ook beoefend door meiden. Het is een onderdeel waar je aan kunt zwaaien en tijdens het zwaaien allerlei trucjes kunt doen.
Rekstok; Dit is ook een jongensonderdeel, het is eigenlijk de brug voor de jongens. Hij heeft alleen maar één legger, vaak is die van metaal.
Rayon; Nederland is verdeeld in een aantal districten, elk district is weer onderverdeeld in een aantal rayons. DOVES turnt haar wedstrijden in het rayon Veluwezoom.

S
Selectie; In deze groepen zitten meisjes die mee doen namens DOVES met de rayonwedstrijden.
Senior; Dit is de oudste leeftijdscategorie voor meisjes die in 1996 of daarvoor geboren zijn.
Spanning; In het turnen wordt hiermee bedoeld dat de turnster zich strak trekt (spieren aanspant) zodat een onderdeel er mooier uitziet en beter beheerst kan worden. Spanningsoefeningen hebben dan ook een plaats in de turntraining.
Spierkracht; De door de spieren ontwikkelde kracht. Binnen het turnen heb je voor bepaalde onderdelen zeker veel spierkracht nodig. Krachtoefeningen behoren dan ook thuis in een turntraining.

T
Techniek; Elk onderdeel (van borstwaartsom tot fliflak) heeft een bepaalde techniek. Een ideaal beeld zoals hij uitgevoerd zou moeten worden.
Toegevoegde waarde; Nadat je het vereiste aantal onderdelen in je oefening hebt en ook nog aan de bijzondere eisen voldoet dan ga je nog steeds niet uit van de volle 10 punten. Die laatste tiende van punten kun je verdienen door meer moeilijke elementen (moeilijkheidswaarde) te turnen of verbindingen te turnen. (verbindingswaarde)
Toestelbepalingen; Regels over de eisen waar de toestellen tijdens een wedstrijd aan moeten voldoen. (hoogte, matjes, plaats van de trainster e.d.)
Trampoline; Dit is een verend afzetvlak waar je allerlei rechtstandige sprongen (hurksprong bv.), maar ook roterende sprongen op kunt springen zoals salto's .
Tumblingbaan; Dit is een lang luchtkussen waardoor je grotere hoogtes en snelheid kan bereiken. Zodat de mogelijkheden voor iedereen uitgebreid kunnen worden. Hier kun je elementen op oefenen die je eigenlijk nog niet goed kan.
Turnpakje; Dit is de wedstrijdkleding voor de meisjes. Het is verplicht om een turnpakje te dragen tijdens de wedstrijden. Elke vereniging heeft zijn eigen turnpakje.
Turnschoentjes; Turnschoentjes zijn stoffen of leren schoentjes waarin je gemakkelijk je tenen kan strekken. Turnschoentjes zijn niet verplicht, je kunt ook op blote voeten turnen.

U
U.E.G.; The Europian Union of Gymnastics, dit is de Europese koepel binnen het turnen.
Uitgangswaarde; Het aantal punten dat je maximaal kunt halen voor de oefening die je turnt.
Uitvoeringsaftrek; Wanneer er grote uiterlijke verschillen zitten tussen de techniek van een onderdeel en hoe jij het laat zien krijg je daar aftrekken voor. Bijvoorbeeld als je je armen krom hebt bij de koprol.

V
Verbindingswaarde; Om je toegevoegde waarde te verdienen kun je twee dingen doen; meer onderdelen turnen en verbindingen turnen. Verbindingen turn je door moeilijke onderdelen gelijk achter elkaar te turnen. Voor zo'n verbinding kan je dan weer extra punten verdienen.
Voorgeschreven oefenstof; Je hebt twee soorten oefenstof; keuze en voorgeschreven oefenstof. Bij Voorgeschreven oefenstof moeten de turnsters oefeningen turnen die helemaal uitgeschreven zijn. De elementen en de volgorde zijn dan al helemaal opgeschreven.

W
Warming-up; Zorgen dat je lichaam en dus ook spieren warm worden door middel van allerlei oefeningen vlak voor een wedstrijd of training.
Wedstrijdonderdelen; Bij de wedstrijden in het turnen, turnen de mannen 6 onderdelen (sprong, vloer, voltige, rekstok, gelijke brug en ringen) en de vrouwen 4 onderdelen (sprong, gelijke brug, balk en vloer)
Wedstrijdpaspoort Bij sommige wedstrijden heb je een wedstrijdpaspoort nodig om mee te doen. Hiervoor zorgt je trainster als je die nodig hebt. Het is een soort paspoort met je gegevens als turnster erop.

X
........ .........

Y
........ .........

Z
........ .........